1. Het probleem: lange procedures
Regels rondom stikstof, inspraak, stroperige besluitvorming: er zijn tal van redenen waarom duurzame projecten maar moeizaam op gang komen. Acht jaar voorbereiding voor een project dat er in twee jaar staat, dat houdt de energietransitie enorm op.
Projecten, niet alleen in duurzame energie, lopen vaak veel vertraging op. Het actuele voorbeeld van de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland is grotendeels te wijten aan het moeizame traject van stroomtransporteur TenneT om een nieuwe locatie te vinden voor een hoogspanningsstation. Voor dit station in Utrecht-Noord, dat hoogspanning uit het landelijk net omzet naar de middenspanning voor wijken en bedrijven, is TenneT nu al toe aan de tiende zoeklocatie!
En dat is nog maar een voorbeeld. Jinny Moe Soe Let, Directeur Beleid en Communicatie van Netbeheer Nederland: “Om de netcongestie op te lossen, hebben we de komende jaren 600 hoogspanningsstations en tienduizenden trafohuisjes nodig. Daarnaast hebben we ook leidingen nodig voor waterstof, gas, warmte. Eén op de drie straten moet open voor nieuwe leidingen. Het realiseren hiervan gaat wel al sneller dan vroeger, maar nog lang niet snel genoeg. Voor hoogspanningsstations loopt de voorbereidingstijd nu zelfs op naar tien jaar.”
Joris Wijnhoven, strateeg bij de NVDE: “De Iran-crisis laat weer eens zien hoe nijpend ons probleem met fossiele brandstoffen is. Als we nu een duurzaam project starten, staat dat project er misschien in 2034. Dat is drie energiecrises verder! Onze leden hebben haast. Twee jaar voorbereiding en twee jaar bouwen, dat is onze diepe wens.”
Die winst moet niet alleen worden gehaald bij de vergunningverlening, zegt Wijnhoven: “Het zit ook vaak in de besluitvorming, en het lef om een keuze te maken. Gelukkig zien we ook wel dat het op sommige plaatsen sneller kan.”
Urgentie is de beste vergunningverlener. Vier lessen voor versnelling
De tien voorbeelden in het rapport van Arcadis (verschenen in maart, in opdracht van NVDE) laten zien dat projecten binnen de huidige regels twee tot vier keer zo snel tot stand kunnen komen. Onderzoeker Erich Schuster trekt vier lessen: “Ten eerste, zorg voor gezamenlijk urgentiebesef, bij alle stakeholders. Want urgentie is de beste vergunningverlener.”
Daarnaast zegt Schuster dat veel tijdwinst kan worden geboekt door het parallel doorlopen van delen van het proces, in plaats van ná elkaar. “Zorg ook voor vroege betrokkenheid van alle betrokken partijen, van de omgeving. En tenslotte: zorg voor standaardisering. De modulaire trafo van Enexis is daarvan een goed voorbeeld.”
2. Sneller: hoe het wel kan
Wat leren de goede voorbeelden ons? Er is een rapport met tien cases uit de energiesector, met belangrijke lessen.
Neem ook een voorbeeld aan watermanagement, dat al langer met dit bijltje hakt. Gebiedsregisseur Wessel Tiessens heeft jarenlange ervaring en schreef onder andere het boek ‘Ambtenaren met ballen’. “Met het thema water lopen we voor. Er is moed nodig om knopendoor te hakken. Maar bestuurders en ambtenaren tonen risicomijdend gedrag, want er staat een hoge straf op het maken van fouten. Nu hebben we te vaak een auto met een klein gaspedaal en een groot rempedaal.”
Begin bij de omwonenden en de betrokken bedrijven, zegt Tiessens. “Werk van buiten naar binnen. Sluit aan bij de agenda van de bewoners. Als je de buurt meekrijgt, dan krijgt de bestuurder moed. Sinds de overstromingen van 2002 en het plan ‘Ruimte voor de rivier’ hebben we geleerd om het niet alleen te hebben over dijken, maar vooral over ‘leefbaarheid’.”
Hoe groter het besef van urgentie, hoe sneller een project is gerealiseerd. Het sterkste staaltje daarvan is misschien wel de bouw van de gloednieuwe terminal voor de aanlanding van vloeibaar gas (LNG). Dat ging in de Eemshaven in bedrijf binnen een jaar na de start van de oorlog in Oekraïne. “Natuurlijk voelde iedereen toen die urgentie, van bedrijven tot en met kabinet,” kijkt Jeroen Fidder (directeur Eems Energy Terminal) terug. “We waren in maart 2022 al bezig, konden in september al aan de slag met LNG, en in maart ’23 hadden we de volle vergunning rond.”
“Het was gelukkig niet nieuw, wel voor Nederland maar niet in de wereld. Er was ruimte aan de kade, al moest een terrein voor windmolens wijken. De vergunningverlener was snel, dankzij goede informatie. In het projectteam zaten de juiste mensen aan tafel. 80% Van de beslissingen konden we zelf nemen, 20% belandde in de bestuurskamers. En ja, dan moesten we soms terug naar de tekentafel.”
Uitzonderlijk was natuurlijk de urgentie, want het Russische aardgas raakte van de ene dag op de andere in de ban. “In plaats van ‘We regelen dit van de week’ was het: ‘we regelen dit vanavond’. En er ging best wat mis, maar grote ongelukken gebeurden niet. Dat gevoel van urgentie gun ik de energietransitie ook.”
Besef van urgentie bij iedereen: dat was ook de sleutel voor het hoogspanningsstation op de Tweede Maasvlakte, bedoeld om de windstroom van de Noordzee te kunnen inzetten voor de waterstoffabriek van Shell. Katharina Gruenberg: “Die windstroom hadden we nodig om onze productie van waterstof ‘groen’ te mogen noemen. Bij TenneT moesten we in de wachtrij. Dus hebben we het station zelf gebouwd. Met toestemming van het kabinet en TenneT, volgens hun standaard. Eind ’24 konden we in bedrijf, in plaats van ergens in 2027. Het geheim? Goed met elkaar in gesprek en scherpe focus gedurende het hele proces.”